Geen fosfaatrechten voor zoogkoeien

27 juni 2019 | Agro


In een zaak voor het College van Beroep voor het bedrijfsleven draaide het om de vraag voor welke dieren een fokker van het rundveevleesras Blonde d’ Aquitaine recht had op fosfaatrechten. Bij de Kamer van Koophandel stond hij ingeschreven als zoogkoeienbedrijf. Op de peildatum 2 juli 2015 beschikte hij zowel over zoogkoeien als over jongvee. RVO.nl kende alleen fosfaatrechten toe aan het op de peildatum aanwezige vrouwelijke jongvee, dat nadien ooit een kalf had gekregen. De veehouder was het hier niet mee eens. Hij wilde fosfaatrechten voor alle dieren, omdat deze alle onder het begrip melkvee zouden vallen.

Het College hechtte grote waarde aan de registratie van de dieren in het I&R. Daaruit bleek dat de zoogkoeien onder diercategorie 120 stonden geregistreerd. De veehouder had niet aannemelijk gemaakt dat deze koeien desalniettemin als melkvee moesten worden aangemerkt. RVO.nl had daarom terecht geen fosfaatrechten aan deze koeien toegekend.

Het vrouwelijke jongvee stond in I&R geregistreerd onder de diercategorieën 101 (jonger dan 1 jaar) en 102 (ouder dan 1 jaar). Uit deze registratie volgt volgens het College in beginsel dat deze dieren moesten worden aangemerkt als melkvee en bijgevolg moeten worden betrokken bij het vaststellen van het fosfaatrecht. Uit het enkele feit dat een deel van het vrouwelijk jongvee was overleden zonder een kalf te krijgen, kon niet zonder meer worden afgeleid dat het niet bestemd was als opfokkalf. Een kalf dat op 2 juli 2015 nog bestemd was om te kalveren kan immers om verschillende redenen de bestemming uiteindelijk niet volbrengen. Voor een dergelijk kalf dient de houder wel over fosfaatrecht te beschikken. RVO.nl had daarom ten onrechte geen fosfaatrechten aan deze dieren toegekend.

De veehouder kreeg geen fosfaatrechten voor de stierkalveren. Het overgrote deel van de stierkalveren was doorverkocht aan een vleesveehouderij. Niet één kalf was aan een melkveehouderij verkocht. De veehouder had niet aannemelijk gemaakt dat de stierkalveren op de peildatum desalniettemin bestemd waren voor de melkveehouderij. Zijn enkele stelling dat het in zijn algemeenheid binnen zijn bedrijfsvoering mogelijk is dat een stierkalf wordt verkocht om te worden gebruikt als dekstier om dubbeldoelkoeien te fokken, was hiervoor onvoldoende.

Terug naar overzicht

Op de hoogte blijven? Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief