De-minimisverklaring bij Tegemoetkoming binnenvisserij en kleinschalige kustvisserij


Wil je op de hoogte blijven van alle actuele updates die voor jou als ondernemer van belang zijn? Ga dan naar ons corona liveblog via de onderstaande knop.

CORONA LIVEBLOG

Bij de aanvraag voor de tegemoetkoming binnenvisserij en kleinschalige kustvisserij moet een zogenoemde ‘de-minimisverklaring’ worden meegestuurd. Een de-minimisverklaring heeft alles te maken met het verbod op staatssteun. Overheden mogen geen subsidies verstrekken als dat zorgt voor concurrentievervalsing op de Europese markt. Via de de-minimisverordening zijn daarop soms uitzonderingen mogelijk: het gaat dan om kleinere steunbedragen die zo minimaal zijn dat ze weinig tot geen impact hebben op de Europese markt. Doorgaans geldt dit voor ondernemingssteun tot een bedrag van € 200.000 over een periode van drie belastingjaren.

Check genoten steunbedrag
In de ‘Beleidsregel tegemoetkoming kust- en binnenvisserij’ is het maximale steunbedrag € 30.000 over het lopende jaar en de 2 voorgaande jaren. Deze € 30.000 heeft betrekking op de al genoten steun plus het geschatte bedrag van de onderhavige steunaanvraag. Als financieel dienstverlener van de betreffende ondernemer kan ondersteuning worden gegeven ten aanzien van het verzamelen van informatie over de genoten steun in de genoemde periode en het onderkennen van mogelijke risico’s hierbij. Daarbij is het belang te onderkennen dat de genoten steun niet alleen subsidies betreft, maar ook belasting verlagende maatregelen, kortingen van overheidswege en dergelijke. De WBSO is uitgezonderd van de de-minimisverordening en hoeft bij het bepalen van de genoten steun niet te worden meegenomen.

Let op uitwerking groepsbegrip
De de-minimisverklaring wordt opgesteld en ondertekend door de ondernemer zelf en geldt per onderneming. Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft bepaald dat alle entiteiten die (juridisch of feitelijk) onder de zeggenschap staan van dezelfde entiteit, als één onderneming dienen te worden beschouwd. Derhalve is het groepsbegrip (artikel 2:24b BW) en de uitwerking daarvan in de bepalingen van de Raad voor de jaarverslaggeving (RJ217) van toepassing. Ook als er sprake is van kleine of micro-entiteiten gelden deze bepalingen, terwijl er in veel gevallen geen geconsolideerde jaarrekening zal worden opgesteld. Daarnaast kan een entiteit ook betekenen dat er sprake is van een ‘subjectieve’ rechtsvorm (eenmanszaak, VOF of CV). Ook dan zal moeten worden nagegaan in hoeverre de bepalingen van artikel 2:24b van toepassing zijn.
Meer weten? Neem contact op met je adviseur of bel ons via 0546 – 62 99 00 voor antwoord op je vragen. 

Op de hoogte blijven? Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief