Ontwikkelingen in zzp-wetgeving

29 mei 2026 | Kantoornieuws


Wetgeving rondom zzp-constructies blijft in beweging

Voor zowel werkgevers als zelfstandigen bestaat nog altijd veel onduidelijkheid over zzp-constructies. In vervolg op het Deliveroo-arrest wil de wetgever schijnzelfstandigheid verder verduidelijken in de wet. De vorige regering diende hiervoor al een wetsvoorstel in, maar de huidige regering brengt hierin wijzigingen aan. Hieronder zetten wij de huidige stand van zaken voor u op een rij.

Op 7 juli 2025 is bij de Tweede Kamer het wetsvoorstel Wet VBAR (Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties) ingediend. De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid omschreef schijnzelfstandigheid als: “de situatie waarin wordt gewerkt als zelfstandige terwijl de werkende op basis van het arbeidsrecht een arbeidsovereenkomst heeft”.

Het wetsvoorstel VBAR was vooral bedoeld om de gezagsverhouding tussen opdrachtgever en opdrachtnemer te verduidelijken. Daarbij staan twee vragen centraal:

  • Stuurt de opdrachtgever de werkzaamheden inhoudelijk en/of organisatorisch aan?
  • Verricht de opdrachtnemer de werkzaamheden voor eigen rekening en risico en gedraagt hij zich als ondernemer?

Daarnaast bevat het wetsvoorstel een rechtsvermoeden. Bij een overeenkomst van opdracht met een uurtarief lager dan € 38 (peildatum 1 januari 2026) gaat de wet uit van een arbeidsovereenkomst. De opdrachtnemer kan zich in dat geval op dit rechtsvermoeden beroepen. De opdrachtgever moet vervolgens aantonen dat geen sprake is van een arbeidsovereenkomst.

VBAR komt deels te vervallen

Het kabinet werkt inmiddels aan een nieuw wetsvoorstel: de Zelfstandigenwet. Dit initiatief bevat aangepaste onderdelen van de VBAR. De verduidelijking van de gezagsverhouding komt hierin te vervallen. Het nieuwe wetsvoorstel neemt ondernemerschap als uitgangspunt en niet het bestaan van een arbeidsovereenkomst. Ook is het de bedoeling dat zowel opdrachtgever als opdrachtnemer daadwerkelijk wordt betrokken bij de beoordeling.

De Zelfstandigenwet introduceert een toetsingskader met drie toetsen:

De zelfstandigentoets
Gedraagt de werkende zich feitelijk als ondernemer?

De werkrelatietoets
Hoe wordt in de praktijk omgegaan met aansturing en inbedding binnen de organisatie?

De sectorale toets
Werkt de zelfstandige in een sector met een verhoogd risico op schijnzelfstandigheid, zoals de bouw of de zorg?

In dat geval kan een rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst gelden, tenzij de opdrachtgever het tegendeel bewijst. Wanneer aan alle criteria wordt voldaan, geldt de werkende als zelfstandige.

Daarnaast bestaat het voornemen om een onafhankelijke commissie op te richten die arbeidsrelaties beoordeelt. Ook bevat het wetsvoorstel verplichte voorzieningen voor zelfstandigen op het gebied van arbeidsongeschiktheid en pensioen.

Het onderdeel rechtsvermoeden uit de Wet VBAR zou op 1 juli 2026 in werking moeten treden als onderdeel van de toekomstige Zelfstandigenwet. Of deze planning wordt gehaald, is op dit moment nog onzeker.

Heeft u vragen over de samenwerking met zelfstandigen? Wij adviseren u graag over zowel de huidige wetgeving als de voorgenomen nieuwe regelgeving. Neem hiervoor contact op met uw MKB-adviseur, salarisadviseur of accountant bij Hendriksen Accountants.

Terug naar overzicht

Op de hoogte blijven? Meld je aan voor onze nieuwsbrief.