Vrijstellingsregeling bovengronds aanwenden runderdrijfmest

9 januari 2020 | Agro


Dierlijke mest moet in principe emissiearm aangewend worden. Onder voorwaarden kan men een vrijstelling krijgen voor het bovengronds aanwenden van rundveedrijfmest (diercategorieën 100, 101, 102, 104 en 120) op grasland. De mest moet afkomstig zijn van het eigen bedrijf en mag alleen op grasland aangewend worden dat tot het bedrijf behoort.

Voorwaarden vrijstelling 2020
Aan de vrijstelling zijn dit jaar de volgende voorwaarden verbonden:

a) In het jaar voorafgaand aan en in het jaar dat gebruik gemaakt wordt van de vrijstelling:

  1. bestaat minimaal 85% van de oppervlakte landbouwgrond uit grasland;
  2. bedraagt de kunstmestgift op het bedrijf minder dan 100 kg stikstof per ha grasland;
  3. is het stikstofoverschot op het bedrijf maximaal 100 kg stikstof per ha, berekend volgens het principe van een stikstofbalans op bedrijfsniveau (bepaling via de Kringloopwijzer of een vergelijkbaar systeem);
  4. moet voor de diercategorieën 100, 101, 102 en 120 worden voldaan aan de in regeling genoemde minimale beweidingseisen.

b) Op het bedrijf mag ten behoeve van tot het bedrijf behorende oppervlakte bouwland, geen andere dierlijke mest worden aangevoerd dan runderdrijfmest of vaste rundermest.

c) De landbouwer houdt een weidegangkalender bij waarop per dag wordt bijgehouden hoeveel runderen per diercategorie geweid worden en gedurende hoeveel uren; de kalender loopt niet meer dan 1 week achter.

d) De landbouwer houdt gegevens in de administratie bij waaruit blijkt dat aan de voorwaarden wordt voldaan.

e) Er mag geen aanwending plaatsvinden binnen een afstand van twee meter vanaf de insteek van een watergang.

Aanvullende voorwaarden bedrijven met melkkoeien
Bedrijven met melk- en kalfkoeien (diercategorie 100) moeten vorig jaar en dit jaar tevens voldoen aan de volgende voorwaarden:

a.    Indien de op het bedrijf geproduceerde mest niet volledig kan worden geplaatst op het eigen bedrijf, mag de melkproductie van het bedrijf niet hoger zijn dan 14.000 kg per ha.

b.    Het gemiddeld gewogen ureumgetal van de op het bedrijf tijdens de perioden van 1 januari tot en met 31 maart en van 1 december tot en met 31 december geproduceerde melk is lager dan 21 mg per 100 g melk.

Aanmelden
Men kan zich tot en met 1 februari aanmelden op mijn.rvo.nl.

Terug naar overzicht

Op de hoogte blijven? Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief